Censuur in Iran: religieuze en politieke controle | VPNGids

2021-12-02 04:13:28 By : Ms. Emma Hong

Klik hier voor een samenvatting. Censuur in Iran: een samenvattingWil je vrij en onbeperkt internetten, dan kun je beter niet naar Iran gaan. Het land staat momenteel op de 174e plaats van de 180 op de wereldwijde persvrijheidsindex. De regering van het sterk religieuze land blokkeert tienduizenden websites. Ze doen dit wanneer er “immorele” of “on-islamitische” inhoud op de website staat. Internetcensuur in Iran vindt op verschillende manieren plaats, zoals: Controlling Internet Service Providers (ISP's); overheidsinstellingen bezitten telecommunicatieaandelen. Snelheidsbeperkingen opleggen; Tijdens protesten tegen de regering was de internettoegang meerdere dagen afgesloten. Inhoudscontrole; websites moeten zich registreren zodat de overheid online inhoud kan controleren. Burgers in Iran kunnen de internetblokkades omzeilen. Zij maken onder meer gebruik van de Tor-browser, waarmee je anoniem kunt internetten. Versleutelde berichten-apps zoals Telegram zijn ook populair in het land. Daarnaast worden VPN’s vaak gebruikt om censuur te omzeilen. NordVPN is een uitstekende VPN om te gebruiken in Iran.NordVPNActieTijdelijk € 2,80 per maand met een 2-jarig abonnement Bezoek NordVPN Lees het volledige artikel voor meer informatie over de zware internetcensuur in Iran. Voor Iraniërs is censuur een onontkoombaar feit. Freedom House geeft internetvrijheid in Iran een score van 16 op 100. Dit is, na China, het laagste aantal van de 70 landen die door de NGO zijn ondervraagd. Het land staat ook op de 174e plaats van de 180 op de wereldindex voor persvrijheid. Dit zijn zeer slechte statistieken over internetvrijheid.

Als je vrij en onbeperkt wilt internetten, kun je beter niet naar Iran gaan. Het land staat momenteel op de 174e plaats van de 180 op de wereldwijde persvrijheidsindex. De regering van het sterk religieuze land blokkeert tienduizenden websites. Ze doen dit wanneer er “immorele” of “on-islamitische” inhoud op de website staat.

Internetcensuur in Iran vindt op verschillende manieren plaats, zoals:

Burgers in Iran kunnen de internetblokkades omzeilen. Zij maken onder meer gebruik van de Tor-browser, waarmee je anoniem kunt internetten. Versleutelde berichten-apps zoals Telegram zijn ook populair in het land. Daarnaast worden VPN’s vaak gebruikt om censuur te omzeilen.

NordVPN is een uitstekende VPN om te gebruiken in Iran.

Lees het volledige artikel om meer te weten te komen over de zware internetcensuur in Iran.

Vrijwel al het internetverkeer gaat via de Telecommunication Company of Iran (TCI). Dit is de exploitant van vaste lijnen in Iran, die onder meer diensten aanbiedt op het gebied van vaste telefonie en data. De TCI is primair verantwoordelijk voor alle telecommunicatiezaken.

Iran is formeel een republiek, maar aangezien een raad van geestelijken in het land veel macht heeft, kan de regeringsvorm worden omschreven als een theocratie. De regering en haar “Opperste Leider” hebben een groot belang bij het censureren van internet. Op deze manier beperken ze inhoud die niet overeenkomt met hun sociale, politieke en religieuze idealen. Het leger en de revolutionaire garde hebben een controlerend belang in het staatsmonopolie op telecommunicatie. Daarom zijn censuur en toezicht op communicatie in Iran wijdverbreid en aan de gang.

De TCI en het Ministerie van Cultuur en Islamitische Begeleiding werken samen om software te implementeren voor het controleren van online content. Maar hoe is het zo ver gekomen? In dit artikel leest u over de staat van censuur in Iran en de redenen daarvoor.

Autoriteiten blokkeren de toegang tot tienduizenden websites in Iran. Het gaat vooral om websites van internationale nieuws- en informatiediensten, de politieke oppositie, etnische en religieuze minderheidsgroepen en mensenrechtenorganisaties in Iran. Ze worden geblokkeerd voor het maken of weergeven van "immorele" of "on-islamitische" inhoud.

Niet voor niets noemt Reporters Zonder Grenzen Iran 'een van 's werelds meest repressieve landen voor journalisten'. Ze stelt ook dat het land nieuws en informatie aan een meedogenloos onderzoek onderwerpt. In 2013 schreef de internationale NGO zelfs een brief aan de toenmalige Hoge Commissaris voor de Mensenrechten van de VN. Ze sprak haar bezorgdheid uit over de toename van online censuur en afname van de persvrijheid in Iran. De toenmalige situatie vroeg volgens Reporters Without Borders om "krachtige en onmiddellijke reacties" van de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten van de VN.

Ondanks deze ingrijpende beperkingen blijft internet een grote rol spelen in het leven van de gemiddelde Iraniër. Voormalig president Hassan Rouhani streamde zijn herverkiezingscampagne zelfs live op Instagram. Hij hoopte daarmee de 41 miljoen internetgebruikers en bijna 50 miljoen smartphonebezitters te bereiken. Het land heeft nu bijna 60 miljoen internetgebruikers.

Nadat veel mensen sociale media als Telegram en Instagram gebruikten om de grootschalige protesten in het land aan te moedigen en te organiseren, blokkeerde de overheid deze platforms.

In 1993 werd Iran (officieel de Islamitische Republiek Iran) het tweede land in het Midden-Oosten dat toegang kreeg tot internet. Sindsdien is het internetgebruik aanzienlijk toegenomen. Begin 2021 had het land 131 miljoen mobiele internetaansluitingen.

Aanvankelijk oefende de Iraanse regering slechts lichte controle uit over het internet. Dit veranderde echter naarmate meer en meer mensen internet gebruikten. Religieuze en gerechtelijke autoriteiten begonnen stappen te ondernemen om de toegang tot bepaalde inhoud te beperken. Het ging om inhoud die zij als 'contrarevolutionair', 'anti-islamitisch' of 'asociaal' beschouwden. Zo sloot internetcensuur aan bij bestaande restricties in de media, politieke voorkeur en religieuze uitingen.

De theocratische regering van Iran probeert door middel van censuur de interne stabiliteit van de staat te versterken. Toegang tot inhoud die volgens de autoriteiten de politieke veiligheid van Iran bedreigt, is ten strengste verboden. Daarnaast controleert de overheid online communicatie om reformistische of contrarevolutionaire protesten te voorkomen.

Iran censureert ook inhoud die de morele voorschriften van de staatsgodsdienst schendt; de sjiitische islam van de Twelver School of Thought. Toegang tot materiaal dat niet voldoet aan de strikte islamitische voorschriften op het gebied van ideologie of beeldspraak is volledig verboden. Ook pornografie en LGBTIQ+-bronnen worden zwaar gecensureerd in het land.

De Hoge Raad voor Cyberspace is verantwoordelijk voor internetcensuur en de handhaving daarvan. De hoogste leider van Iran, ayatollah Ali Khamenei, heeft de commissie in 2012 opgericht om de vrije toegang tot internet aan banden te leggen. De Commissie Bepaling Criminele Inhoud (CDICC) neemt de beslissingen over censuur. De commissie baseert haar besluiten in theorie op de Wet Computercriminaliteit (CCL) van 2009.

In werkelijkheid is het echter anders. De religieuze, politieke en justitiële autoriteiten in Iran zijn vaak competitief. Daardoor lijken veel beslissingen politiek gemotiveerd. Een goed voorbeeld is de kortstondige blokkade van Instagram tijdens de verkiezingen van 2017. De 'hardliners' in de regering wilden voorkomen dat de hervormingsgezinde kandidaat Hassan Rouhani (nu oud-president) zijn campagne live zou streamen. Geen enkele overheidsinstantie heeft officieel de verantwoordelijkheid voor de blokkade opgeëist.

In 2016 investeerde Iran $ 36 miljoen in de ontwikkeling van slimme filtertechnologie. Deze technologie is gebaseerd op bestaande Chinese software. Dit zou de autoriteiten in staat stellen selectief de internettoegang van Iraanse burgers te censureren.

Iraanse ISP's blokkeren permanent honderdduizenden websites, waaronder Twitter, Facebook, YouTube, Google en WordPress. De populaire berichten-app Viber werd geblokkeerd nadat bleek dat deze eigendom was van Israëlische burgers. Toen Telegram in april 2017 gratis gecodeerd bellen lanceerde, beval de procureur-generaal alle internetserviceproviders (ISP's) om de functie onmiddellijk en permanent te blokkeren. De internetproviders hebben hierop gereageerd. Er is dus geen internetverbinding in het land waarmee burgers toch de geblokkeerde websites kunnen bezoeken.

Alle internetproviders in het land zijn verplicht zich te registreren bij zowel het Ministerie van Cultuur en Islamitische Begeleiding als de TCI. Pas als ze dit hebben gedaan, kunnen ze toegang geven tot internet. Iraanse ISP's zijn ook verplicht om software te installeren die inhoud op websites en e-mails controleert. Deze software zorgt ervoor dat websites die door de overheid op de zwarte lijst staan, beperkt toegang hebben. De software kan ook een verdachte e-mail koppelen aan het IP-adres van de afzender. De regering heeft tot nu toe ten minste 12 Iraanse ISP's gesloten wegens het niet installeren van de juiste filters.

De grootste internetprovider van Iran, de Data and Communication Company (DCC), is ook eigendom van de TCI. De Islamitische Revolutionaire Garde, het elite militaire korps van Iran, bezit op haar beurt de meeste aandelen van TCI. Hierdoor kan de overheid invloed uitoefenen op de komst van nieuwe internetaanbieders. Ze heeft ook de bevoegdheid om bestaande internetproviders zonder reden af ​​te sluiten.

De grootste mobiele operator van Iran, de Mobile Telecommunication Company (MCI), is een dochteronderneming van de TCI. Het op een na grootste mobiele netwerk, MTN Iran Cell, is ook deels eigendom van de overheid. De eigenaar van dit netwerk is op zijn beurt een dochteronderneming van het Ministerie van Defensie en Logistiek van de krijgsmacht. De Iraanse regering tapt regelmatig mobiele telefoons en vaste lijnen af ​​om burgers in de gaten te houden. Daarnaast werkten het Ministerie van Communicatie en het Ministerie van Inlichtingen samen om volgtechnologie te gebruiken voor activisten en politieke dissidenten. Dit stelde hen in staat om de verblijfplaats van deze mensen te achterhalen en hen lastig te vallen. Zo kunnen het leger en de veiligheidstroepen de online communicatie in het land controleren en de toegang tot mobiel internet voor miljoenen Iraanse mobiele gebruikers beperken.

De Iraanse regering past ook "snelheidsbeperkingen" toe als censuurmiddel. Dit beperkt de toegang tot internet en berichten-apps. Dit middel is al meerdere keren ingezet in tijden van politieke onzekerheid: autoriteiten vertraagden internetverbindingen tijdens protesten. Bovendien blokkeerden ze soms de toegang tot servers en gegevens buiten Iran. Om online communicatie te beperken, werden de verbindingssnelheden verlaagd tijdens de verkiezingen van 2009 en 2013, tijdens de gebeurtenissen van de Arabische Lente en tijdens verschillende straatprotesten. In 2017 en 2018 gingen in verschillende steden in het land mensen de straat op om te protesteren tegen het regime. Meer dan 20 mensen werden gedood en de politie arresteerde honderden mensen.

In 2019 braken opnieuw protesten uit. Aanvankelijk waren de demonstraties gericht tegen de stijgende brandstofprijzen, maar later werden protesten tegen de politieke leiding van het land. Als reactie daarop heeft de overheid het internet een aantal dagen volledig afgesloten. Dit maakte het moeilijk om de omvang van de protesten in te schatten. In meer dan 100 steden gingen mensen de straat op. Volgens Amnesty International zijn in een paar dagen tijd meer dan 100 mensen om het leven gekomen. De regering houdt dit aantal op 12.

Eigenaren van websites zijn verplicht deze te registreren bij het Ministerie van Cultuur. Platforms binnen Iran worden regelmatig verzocht content te verwijderen die de overheid onacceptabel acht. Nieuwswebsites en blogs kunnen bijvoorbeeld niet op de door hen gewenste manier binnenlands nieuws brengen. Bovendien kunnen ze niet vrijuit rapporteren over bepaalde onderwerpen, zoals politieke onrust, economische problemen en bewijzen van corruptie. Ook onderwerpen als de nucleaire deal met Iran of controversiële politieke figuren zoals voormalig president Mohammad Khatami worden uitgesloten.

De straffen voor het bekijken van verboden inhoud zijn zwaar. Meestal gaat het om lange gevangenisstraffen, hoge boetes en beperkingen van de bewegingsvrijheid en de vrijheid van meningsuiting.

In 2010 werkten meerdere landen, waaronder Nederland, mee aan een aanval op centrifuges die Iran gebruikt in zijn nucleaire programma. Het Stuxnet-computervirus heeft het nucleaire programma enkele jaren vertraagd. Als reactie op deze aanval begon Iran zijn eigen nationale informatienetwerk op te bouwen, SHOMA genaamd. SHOMA, beschreven als een "halal internet", heeft tot doel de internetsnelheid te verbeteren. Daarnaast heeft het project tot doel een groot deel van de inhoud die beschikbaar is voor Iraanse browsers over te dragen naar binnenlandse servers. Dit biedt meer mogelijkheden voor toezicht en censuur.

Met ingang van januari 2017 kregen Iraanse ISP's de opdracht om 50 procent korting aan te bieden op bepaald binnenlands internetverkeer. Dit betreft alleen verkeer dat toegang heeft tot websites die zijn goedgekeurd door de autoriteiten.

Nu de administratieve, wetgevende en religieuze autoriteiten van Iran het internet in toenemende mate beperken en nauwlettender in de gaten houden voor persoonlijke communicatie, zoeken Iraanse burgers voortdurend naar nieuwe methoden om internetcensuur te omzeilen.

Statistieken van het Tor-project tonen aan dat het aantal gebruikers van de Tor-browser, die anoniem internet biedt, verdubbelde tijdens de protesten van 2017 en 2018. Berichten-app Telegram wordt vaak gebruikt voor versleutelde communicatie, al blokkeert de overheid dit regelmatig. Daarnaast vallen autoriteiten regelmatig groepsbeheerders lastig vanwege de inhoud van berichten die groepsleden plaatsen. De beheerders kunnen ook worden gearresteerd en opgesloten. Desondanks blijft Telegram een ​​populaire methode onder Iraanse burgers om censuur te omzeilen.

Bovendien is het gebruik van een VPN-verbinding (Virtual Private Network) een effectieve manier om toegang te krijgen tot geblokkeerde websites. Iraniërs gebruiken dit op grote schaal. De Iraanse regering speelt een soort kat-en-muisspel met VPN-aanbieders. Autoriteiten proberen constant de IP-adressen van populaire VPN-providers op te sporen en te blokkeren.

De Iraanse overheid gebruikt deep packet inspection (DPI)-software om internetverkeer van VPN-poorten te detecteren en te blokkeren. Dit dwingt VPN-providers om methoden te gebruiken die VPN-verkeer vermommen als regulier HTTPS-verkeer. VPN-services die overheidssoftware in de war kunnen brengen, bieden hun gebruikers hoogstwaarschijnlijk ongefilterde toegang tot internet.

Om deze reden is NordVPN een goede VPN-provider om te gebruiken in Iran. NordVPN heeft speciale versluierde servers, wat betekent dat zelfs geavanceerde detectiemechanismen zoals diepe pakketinspectie niet kunnen zien dat je een VPN gebruikt.

Iraanse wetgevers werken aan een wetsvoorstel dat de censuur in het land zal versterken. Het voorstel roept op tot “social media-organisatie” en het verbod op VPN-software. Dit ontwerp maakt het voor veel Iraniërs moeilijker om de internetbeperkingen en -blokkades in het land te omzeilen.

De Iraanse regering censureert het internet om inhoud te beperken die niet overeenkomt met het ideaal. Helaas, omdat het leger en de Revolutionaire Garde een controlerend belang hebben in het staatsmonopolie op telecommunicatie, is censuur wijdverbreid in Iran.

De technologie die de overheid gebruikt om censuur toe te passen, wordt steeds geavanceerder. Ze gebruiken bijvoorbeeld intelligente software die inhoudsbeperkingen kan opleggen aan websites. Daarnaast gebruiken ze deep packet-inspectie om VPN-gebruik tegen te gaan. Iraanse burgers die betrapt worden op het gebruik van drugs die de censuur omzeilen, riskeren zware straffen. Aanzienlijke gevangenisstraffen zijn niet ongewoon in het land.

Ondanks de risico's en beperkingen zijn Iraniërs niet geheel weerloos tegen het repressieve regime. De bevolking van Iran blijft methoden gebruiken zoals VPN's, versleutelde berichten-apps (zoals Telegram) en de Tor-browser om internetcensuur te omzeilen.

Meer weten over censuur in andere landen? Bekijk dan onze volgende artikelen:

Heb je vragen over internetcensuur in Iran? Bekijk onze veelgestelde vragen en vind hier je antwoord!

De theocratische regering van Iran probeert met de censuur de interne stabiliteit van de staat te versterken. Door de concurrentie van religieuze, politieke en justitiële autoriteiten in Iran zijn censuurbesluiten vaak politiek gemotiveerd.

De overheid censureert 'immorele' inhoud, zoals pornografie en LGBTIQ+-bronnen. Ook 'niet-islamitische inhoud', dat wil zeggen inhoud die in strijd is met de voorschriften van de staatsgodsdienst, wordt gecensureerd. Inhoud die de politieke veiligheid van Iran bedreigt, is ook verboden. Daarnaast wordt in Iran de online communicatie gemonitord om protesten in het land te voorkomen.

Iran censureert het internet door controle over internetserviceproviders. Overheidsinstanties hebben aandelen in telecommunicatie. Daarnaast legt de overheid snelheidsbeperkingen op, vooral tijdens protesten. Ook websites moeten zich registreren, zodat de overheid online content kan monitoren.

U kunt internetcensuur in Iran onder meer omzeilen door de Tor-browser of versleutelde berichten-apps zoals Telegram te gebruiken. Daarnaast worden VPN’s vaak gebruikt om censuur te omzeilen. NordVPN is een uitstekende VPN om te gebruiken in Iran. Lees meer over de censuur in Iran in ons volledige artikel.